EEG staat voor: Electro-Encephalo-Gram. Een EEG legt de altijd wisselende,
maar zeer kleine elektrische signalen die van de hersenen komen, vast. Deze signalen worden door middel van elektroden, die geplaatst worden op het hoofd, doorgegeven aan de EEG.
Deze elektroden zenden geen elektriciteit uit, maar ontvangen enkel de natuurlijke hersensignalen. Ongeveer 20 elektroden worden op het hoofd, naast de ogen en onder de kin, bevestigd.
Via draden zijn de elektroden verbonden met het EEG-toestel, dat de spanningsverschillen tussen de elektroden meet en weergeeft in een lijn op papier, de EEG-curve. Het standaard EEG
bestaat uit 16 lijnen, die ieder het spanningsverschil tussen twee punten op de schedelhuid weergeven. Dit spanningsverschil is afkomstig van de hersencellen in de hersenschors.
Manieren waarop een EEG uitgevoerd kan worden zijn o.a.:
 |
Standaard-EEG is een EEG-onderzoek zoals dat standaard wordt uitgevoerd. Het onderzoek vindt plaats terwijl mensen zitten of liggen en duurt ongeveer een half uur tot 1½ uur |
 |
Slaap-EEG wordt gemaakt wanneer het standaard-EEG onvoldoende oplevert |
 |
Cassette-EEG is een vorm van langdurige registratie met een kleine bandrecorder die het EEG-signaal opslaat. Mensen kunnen met dit apparaatje vrij rondlopen. Thuis of in een ziekenhuis |
Meer informatie over EEG's:
|